Niet te voorbarig

5 09 2010

Opvallend vroeg bracht de TROS afgelopen zomer naar buiten dat de 3J’s Nederland gaan vertegenwoordigen op het Songfestival. Met rasechte Volendammers en vrienden van Jan Smit vist de omroep daarmee weer volledig in eigen vijver. Maar voor de kritiek weer in alle hevigheid losbarst, toch één vraag: hebben we eigenlijk al enig idee wat de jongens voor lied gaan zingen?

Meedoen in de Oranjegekte: de sociale druk om te supporteren voor je geboorteland, kan zeer hoog zijn. En ik heb er niet altijd zin in om daaraan gehoor te geven. Bij het Songfestival is die druk weliswaar lang niet zo hoog als bijvoorbeeld bij een groot voetbaltoernooi, maar toch werd ik er vorig jaar af en toe best chagrijnig van. Steeds weer moest ik mensen uitleggen dat ik juist NIET hoopte dat Nederland de finale zou halen. Dat ik vond dat dit lied het niet verdiende, en dat het bovendien zou betekenen dat we volgend jaar wellicht wéér met een ‘oer-Hollandse schlager’ zouden komen.

Ook voorgaande jaren had ik vaak wel een verklaring voor het falen van de Nederlandse inzending- vooral achteraf. Er was altijd wel iets dat niet deugde: Treble & Hind waren achterhaald, Glennis niet origineel, Michelle te saai. Maar dat was vooral ook omdat ik een verklaring wílde hebben, om de teleurstelling te kunnen verklaren. Hoe vreemd voelde het om helemaal niet teleurgesteld te kunnen zijn.

Voor het komende Songfestivaljaar hoop ik in eerste instantie dan ook op een lied, waar ik in ieder geval achter kan staan. Een inzending die ik het gun om de finale te halen, waar ik schaamteloos voor kan supporteren. Ik ben extra benieuwd wat het gaat worden, en veel vroeger dan verwacht kwam er zowaar al wat nieuws naar buiten. De artiest is al bekend.

Hoe aardig Sieneke zelf ook was, haar lied kon ik niet steunen

Het Volendamse trio de 3J’s werd door de TROS naar buiten gebracht als de artiest voor Nederland dit jaar. Terug dus naar het systeem van 2009 (de Toppers), waarin niet de componist, maar de artiest de centrale rol speelt. De jongens gaan vijf liedjes voorbereiden die op het Nationaal Songfestival aan het publiek worden voorgelegd.

Na de storm van kritiek op de TROS en de selectieprocedure van 2010, ligt het voor de hand om opnieuw een wenkbrauw te fronsen. De 3J’s komen uit Volendam, en dus liggen de vooroordelen voor het oprapen. Als vanzelfsprekend gooien we de jongens op één hoop met Jan Smit, BZN en alle andere dorpsgenoten. Ook ik had mijn scherpe commentaar al op het puntje van mijn tong.

Toen ik me vanmiddag voorbereidde op het schrijven van dit stuk, realiseerde ik me plots dat ik geen enkele titel (!) van het trio zou kunnen opnoemen. Dat was mijn eer te na, en dus raadpleegde ik Youtube. Het eerste nummer, Loop met me over zee, verraste direct in positieve zin. Niet alle daaropvolgende nummers kon ik waarderen, maar ik bespeurde wel gitaren en zelfs een Ierse whistle. Na een tijdje betrapte ik mezelf erop dat ik een nummer bewust voor de tweede keer aanzette.

Dit artikel krijgt daarom toch een andere lading dan ik me aanvankelijk had voorgenomen. Ik wil zelfs oproepen de vooroordelen en het cynisme nog even weg te stoppen. Het Songfestivalnummer is nog niet gekozen. Het wordt ook niet vóór ons gekozen; dat mogen we zelf doen. Na de mislukte opzet van het Nationaal Songfestival vorig jaar hebben de televoters dit jaar 50% invloed. En, het moet worden gezegd: het is zeker niet ondenkbaar dat er ook wat leuks te kiezen zal zijn. De diversiteit in de nummers die ik vanmiddag heb beluisterd, belooft een veel boeiendere Nationale Finale dan vorig jaar.

Je kunt een inzending nooit beoordelen, voordat je het lied hebt gehoord. Net zoals je een artiest niet kunt beoordelen, voor je iets van het repertoire hebt beluisterd. Ik weet nog niet precies wat ik van de nieuwe inzending moet verwachten- misschien nog wel helemaal niets. Het kan iets worden in de trant van de eerste anderhalve minuut van dit lied– maar met een beetje pech staat er straks een fanfare op het Eurovisiepodium. Laten we de jongens in ieder geval een kans geven. Er is nog genoeg reden tot hoop.

Steef van Gorkum

Tijd voor jullie om je mening te laten horen. Luister eens naar DIT NUMMER en daarna naar DEZE. En nu eerlijk: kunnen we dit allemaal zomaar op één hoop gooien?

Advertenties




Dansen in de Euroclub

10 06 2010

Twee weken geleden was ik nog in Oslo. Soms voelt het al als een eeuwigheid geleden, soms alsof ik er nog middenin sta. Nog altijd dans ik door de huiskamer, luisterend naar Eurovisiemuziek. Niet zozeer Lena’s Satellite, hoe geweldig ik dat lied ook vind. Nieuwe liedjes zijn mijn afspeellijst binnengedrongen- liedjes waarvan ik nooit had gedacht dat ik ernaar zou kunnen luisteren.

This article also appeared in English, titled ‘Comparing apples and oranges’, on
http://www.eurovisionfamily.tv/user/steefsteef/blog/?id=44492

Dit artikel verscheen ook in het Engels (zie bovenstaande link), getiteld ‘Appels en peren vergelijken’

Behalve toegang tot de repetities en de persconferenties, geeft een accreditatie ook toegang tot de Euroclub. Niet-journalisten kunnen uiteraard ook lid worden van OGAE om hier binnen te komen, en dat is zeker de moeite waard. Door goed naar Cornald Maas te luisteren de laatste jaren, wist ik dat dit de plaats was voor die ene extra quote. In het perscentrum hoor je wat elke journalist hoort, en artiesten kijken amper naar je om. Je kunt misschien een handtekening krijgen, maar meer ook niet.

Omdat ik een journalist ben en geen twaalf jaar oud jochie, wilde ik meer contact dan alleen dat. En inderdaad: Euroclub was dan de plek waar je moest zijn. Met wat hulp van Yaron, die veel meer ervaring had met dit soort situaties, kwam ik in contact met een aantal artiesten. Dit had leuke gesprekjes en quotes tot gevolg, die jullie je hopelijk nog wel kunnen herinneren. Met name de Moldaafse zanger en Jon Lilygreen uit Cyprus waren sympathiek en spraakzaam.

De hele Euroclub ervaring was iets totaal nieuws voor mij. Thuis in Nederland ga ik praktisch nooit uit, simpelweg omdat het niet in mijn ritme zit. Ik doe genoeg andere dingen, hou niet van alcohol en ook niet van de muziek die er vaak gedraaid wordt. En die muziek was nou net het grootste verschil tussen Euroclub en een eventueel café in Ede of Utrecht. Hier werd Songfestivalmuziek gedraaid; plots stond ik in een club met liedjes die ik allemaal ken!

Dat hoeft natuurlijk nog niet te zeggen dat het ook allemaal liedjes van mijn keuze zijn. Trouwe lezers weten ongeveer welke genres ik waardeer, anderen kunnen het hier nalezen, maar op één soort lied geef ik in ieder geval altijd af: de Zweedse eurostampers/Carolaschlagers. De simpelheid van deze liedjes is één van mijn favoriete stokpaardjes. Maar in de Euroclub is het uiteraard een geliefd genre, en ik snap nu ook waarom.

In de Euroclub herontdekte ik een aantal liedjes die ik aanvankelijk zo snel mogelijk weer had willen vergeten. Niveauloos, en allemaal hetzelfde- meer woorden maakte ik er doorgaans niet aan vuil. Iedereen die er net zo over denkt, zou ik willen aanraden volgend jaar in Duitsland tenminste één keer Euroclub te bezoeken. Na een avond luisteren naar Hero, Take me to your heaven, Manboy, Invincible en noem het verder maar op, zul je je realiseren dat die liedjes in ieder geval zeer geschikt zijn om een goed feest mee te organiseren.

Ik ben nog steeds een groot fan van Balkanballads in de stijl van Zjelko Joksimovic. Logisch ook: ik ga amper uit, en dans vrijwel nooit. Luisteren naar dat soort nummers is prachtig, maar na Oslo weet ik: als het eenmaal 03.00 is geweest wil je wat anders om op los te gaan. Muziek om naar te luisteren, is iets totaal anders dan muziek om op te bewegen. Het zijn twee verschillende werelden, die je eigenlijk niet met elkaar kunt vergelijken. Tenzij je Eurovisiefan bent, natuurlijk.

Get up and dance! (Inculto, Lithuania 2010)

Steef van Gorkum

nb. All pictures on this blog are owned by Steef van Gorkum. Using them without asking me first, is of course prohibited.