Čaro Emeralđ of Wouter Hamelzotti

8 04 2011

In de rubriek ‘Met het mes op de keel’ zet de redactie van The Road to Düsseldorf elke vrijdag twee deelnemers aan het komende Eurovisie Songfestival tegenover elkaar. Beide inzendingen hebben een link met elkaar, maar er zijn ook verschillen. Het is aan jullie om de keus te maken, het mes staat immers op de keel! In deze aflevering: Servië vs. Italië.

De link

De terugkeer van Italië was één van de belangrijkste nieuwsfeiten in de aanloop naar het festival. Het land stond altijd bekend als leverancier van goede en pure kwaliteitsmuziek; een rol die Servië de laatste jaren misschien wel heeft overgenomen. Inzendingen als Lane Moje en Molitva zijn in rap tempo uitgegroeid tot klassiekers.

Dit jaar proberen beide landen het met een jazzy inzending. De Italiaanse zanger Raphael Gualazzi won de jongerencompetitie van het San Remo festival, hij is momenteel 29 jaar en speelt al een jaar of vijf op verschillende jazzfestivals. Aan Nina Radojčić de taak om het Servische imago weer wat op te frissen na de domper van showboy Milan Stanković vorig jaar. Dat ze hetzelfde kapsel heeft als Milan, lijkt niet te deren. Het is immers een vrouw.

De verschillen

De tegenstelling man/vrouw is snel gemaakt, evenals het feit dat Italië rechtstreeks in de finale zit terwijl Servië zich daar nog voor moet plaatsen. Veel interessanter is misschien wel de constatering dat Italië niet, zoals deze site een tijdje terug vreesde, mijlenver terug is gegaan in de tijd met haar lied. Servië wel, maar Čaroban is dusdanig retro dat ook Servië uiteindelijk de finale wel zal halen.

Het Italiaanse lied Follia d’amore is een stuk ruimer georkestreerd dan de Servische bijdrage. Het lied is ook gewaagder, echte jazz met bigbandinvloeden, een trompet en een flinke uithaal. De vocale kwaliteiten van Raphael Gualazzi zullen dan ook wel van invloed zijn op zijn eindresultaat. Hij zingt overigens wel tweetalig, terwijl Servië op het festival nog nooit één woord in het Engels zong.

De balans

Italië introduceert een nieuwe trend door haar videoclip op te rekken tot bijna vier minuten. Daarmee is het voorwerk bij de fans al gedaan, maar op het Eurovisiepodium is de achterstand op Servië nog steeds groot. Servië krijgt namelijk twee keer drie minuten als het inderdaad de finale haalt. Het Italiaanse lied horen de meeste kijkers dan pas voor het eerst. Levert dat Čaro de overwinning op tegen Wouter? Caro Emerald Wouter Hamel

En nu jullie! Zoek de verschillen, beantwoord de vraag en reageer gerust, maar vergeet niet: je móét kiezen: Italië, of toch Servië?





Het geheim van Europa’s meest succesvolle voorronde

12 03 2011

Zweden kiest vanavond zijn inzending voor Düsseldorf via de nog altijd mateloos populaire voorronde Melodifestivalen; een fenomeen in Songfestivalland. In 2008 keken 4,1 miljoen Zweden naar het nationale muziekfeest. Dat zijn cijfers die we in Nederland hooguit halen bij een belangrijke wedstrijd van het Nederlands voetbalteam. In Zweden is dit echter geen uitzondering. Hoe heeft Melodifestivalen zich geworteld in de Zweedse muziekcultuur?


Door Hendrik Kramer

De TROS probeerde het in Nederland met een soortgelijk systeem in 2003, 2004 en 2005 maar toen de NOS het in 2006 weer overnam werd er van het plan afgestapt. In Nederland moet een voorronde liefst zo snel en geruisloos mogelijk worden afgehandeld. Hoe anders is dat in Zweden. Zodra de Eurovisiefinale achter de rug is beginnen de Zweedse componisten al met het schrijven van hun liedje voor volgend jaar. Zweden is een gevestigd land als het gaat om het schrijven en produceren van popliedjes. De Zweedse componisten volgen op plaats drie na de Verenigde Staten en Engeland.

Lees de rest van dit artikel »





Dansen in de Euroclub

10 06 2010

Twee weken geleden was ik nog in Oslo. Soms voelt het al als een eeuwigheid geleden, soms alsof ik er nog middenin sta. Nog altijd dans ik door de huiskamer, luisterend naar Eurovisiemuziek. Niet zozeer Lena’s Satellite, hoe geweldig ik dat lied ook vind. Nieuwe liedjes zijn mijn afspeellijst binnengedrongen- liedjes waarvan ik nooit had gedacht dat ik ernaar zou kunnen luisteren.

This article also appeared in English, titled ‘Comparing apples and oranges’, on
http://www.eurovisionfamily.tv/user/steefsteef/blog/?id=44492

Dit artikel verscheen ook in het Engels (zie bovenstaande link), getiteld ‘Appels en peren vergelijken’

Behalve toegang tot de repetities en de persconferenties, geeft een accreditatie ook toegang tot de Euroclub. Niet-journalisten kunnen uiteraard ook lid worden van OGAE om hier binnen te komen, en dat is zeker de moeite waard. Door goed naar Cornald Maas te luisteren de laatste jaren, wist ik dat dit de plaats was voor die ene extra quote. In het perscentrum hoor je wat elke journalist hoort, en artiesten kijken amper naar je om. Je kunt misschien een handtekening krijgen, maar meer ook niet.

Omdat ik een journalist ben en geen twaalf jaar oud jochie, wilde ik meer contact dan alleen dat. En inderdaad: Euroclub was dan de plek waar je moest zijn. Met wat hulp van Yaron, die veel meer ervaring had met dit soort situaties, kwam ik in contact met een aantal artiesten. Dit had leuke gesprekjes en quotes tot gevolg, die jullie je hopelijk nog wel kunnen herinneren. Met name de Moldaafse zanger en Jon Lilygreen uit Cyprus waren sympathiek en spraakzaam.

De hele Euroclub ervaring was iets totaal nieuws voor mij. Thuis in Nederland ga ik praktisch nooit uit, simpelweg omdat het niet in mijn ritme zit. Ik doe genoeg andere dingen, hou niet van alcohol en ook niet van de muziek die er vaak gedraaid wordt. En die muziek was nou net het grootste verschil tussen Euroclub en een eventueel café in Ede of Utrecht. Hier werd Songfestivalmuziek gedraaid; plots stond ik in een club met liedjes die ik allemaal ken!

Dat hoeft natuurlijk nog niet te zeggen dat het ook allemaal liedjes van mijn keuze zijn. Trouwe lezers weten ongeveer welke genres ik waardeer, anderen kunnen het hier nalezen, maar op één soort lied geef ik in ieder geval altijd af: de Zweedse eurostampers/Carolaschlagers. De simpelheid van deze liedjes is één van mijn favoriete stokpaardjes. Maar in de Euroclub is het uiteraard een geliefd genre, en ik snap nu ook waarom.

In de Euroclub herontdekte ik een aantal liedjes die ik aanvankelijk zo snel mogelijk weer had willen vergeten. Niveauloos, en allemaal hetzelfde- meer woorden maakte ik er doorgaans niet aan vuil. Iedereen die er net zo over denkt, zou ik willen aanraden volgend jaar in Duitsland tenminste één keer Euroclub te bezoeken. Na een avond luisteren naar Hero, Take me to your heaven, Manboy, Invincible en noem het verder maar op, zul je je realiseren dat die liedjes in ieder geval zeer geschikt zijn om een goed feest mee te organiseren.

Ik ben nog steeds een groot fan van Balkanballads in de stijl van Zjelko Joksimovic. Logisch ook: ik ga amper uit, en dans vrijwel nooit. Luisteren naar dat soort nummers is prachtig, maar na Oslo weet ik: als het eenmaal 03.00 is geweest wil je wat anders om op los te gaan. Muziek om naar te luisteren, is iets totaal anders dan muziek om op te bewegen. Het zijn twee verschillende werelden, die je eigenlijk niet met elkaar kunt vergelijken. Tenzij je Eurovisiefan bent, natuurlijk.

Get up and dance! (Inculto, Lithuania 2010)

Steef van Gorkum

nb. All pictures on this blog are owned by Steef van Gorkum. Using them without asking me first, is of course prohibited.





Heb jij de C-factor?

5 05 2010

In de rubriek ‘Met het mes op de keel’ zet de redactie van The Road to Oslo elke vrijdag twee deelnemers aan het komende Eurovisie Songfestival tegenover elkaar. Beide inzendingen hebben een link met elkaar, maar het is aan jullie om ook de verschillen te zien: Je móét immers kiezen! In deze aflevering: United Kingdom vs. Zwitserland.

De Link   —>   Het Lied

Het Verenigd Koninkrijk hanteerde dit jaar een systeem vergelijkbaar met dat van Nederland. Vergelijkbaar ook met dat van vorig jaar, toen Andrew Lloyd Webber de componist was die op zoek ging naar een geschikte artiest voor zijn lied. Dit jaar was het de beurt aan Pete Waterman om het Eurovisielied te schrijven. Gekscherend werd vooraf al eens gesteld dat hij in het bekende trio Stock, Aitkin en Waterman meestal voor de merchandising (en dus niet voor de composities) zorgde. De vrees werd echter bewaarheid: That sounds good to me ontbeert originaliteit, en is een Zweedse stamper van de eerste orde.

Ook het Zwitserse lied Il pleut de l’or heeft de absolute C(arola)-factor. De Zwitsers doen daarmee een flinke stap terug in de tijd, na enkele zeer moderne inzendingen de afgelopen jaren. De Franse taal voegt weinig aan het geheel toe, en het intro is zelfs rechtstreeks gekopieerd uit It hurts van Lena Philipsson.

De Uitvoering

Zelf koppel ik dit genre graag aan Zweden; er zijn al veel songfestivalliedjes geweest met zo’n typische Zweedse sound. Halszaak bij die inzendingen was altijd wel dat er een artiest stond die het lied met overtuiging kon brengen. Josh en Michael kunnen allebei vrij goed zingen, en hoeven dus niet bang te zijn dat hun optreden compleet door de mand zal vallen. Of ze de liedjes echter met eenzelfde overtuiging als bijvoorbeeld Carola kunnen brengen, is de vraag.

De Kansen

Voor de Zwitsers is de finale al enkele jaren buiten bereik vanwege slechte live performances. Dit jaar zitten de Zwitsers in de zwaarste halve finale ingedeeld; een poule waarin geen ruimte is voor ‘vergissingen’ of zoals de Amerikanen het noemen ‘Guilty pleasures’. Het halen van de finale is voor Zwitserland dan ook schier onmogelijk.

Het Verenigd Koninkrijk van Josh koopt zoals ieder jaar weer een plek in de finale. That sounds good to me heeft daarin niet erg goed geloot, en zal wellicht nog omringd worden door opvallendere en kansrijkere nummers. Het evenaren van de vijfde plaats van Jade lijkt voor Pete Waterman en zijn lied dan ook niet weggelegd.

Josh Dubovie hoeft zich niet meer te plaatsen voor de finale

En nu jullie! Zoek de verschillen, beantwoord de vraag en reageer gerust, maar vergeet niet: je móét kiezen: United Kingdom, of toch Zwitserland?